U bent hier:Reglementen » Human Resources » Vrijwillige disponibiliteit »

Reglement betreffende de vrijwillige disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering

 

ARTIKEL 1

De statutaire leden van het personeel, met uitzondering van het onderwijzend personeel, in vast verband benoemd, die in dienstactiviteit zijn, kunnen een in disponibiliteitstelling aanvragen, voorafgaand aan de oppensioenstelling, indien zij de leeftijd van 58 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.

ARTIKEL 2

Par. 1 De disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering kan aanvangen :
- vanaf de dag van de goedkeuring van onderhavig reglement voor de personeelsleden die de leeftijd van achtenvijftig jaar hebben bereikt.
- hetzij op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarop het personeelslid de leeftijd van achtenvijftig jaar zal bereiken na de invoegetreding van huidig reglement.

Par. 2 De disponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensionering is onomkeerbaar en eindigt de laatste dag van de maand waarop belanghebbende zestig jaar wordt.

Par. 3 Worden uitgesloten van het voordeel van huidig reglement :
- iedere bijkomende functie (worden verstaan onder bijkomende functies, zij die onvolledige prestaties omvatten en gemiddeld minder dan 5/10 van dezelfde diensten in een volledig uurrooster bedragen).
- de personeelsleden in disponibiliteit wegens ontstentenis van betrekking, wegens ambtsontheffing in belang van de dienst, wegens bijzondere opdracht of wegens persoonlijke aangelegenheden .
- de personeelsleden die geen 25 jaar aanneembare dienstjaren tellen.

Onder voorbehoud van Hoofdstuk XV van het arbeidsreglement “Politiek inzake alcoholgebruik en gebruik van andere substanties die een invloed hebben op het gedrag” kan een afwijking aan de vereiste anciënniteit kan toegekend worden door het College van Burgemeester en Schepenen en op advies van de arbeidsgeneesheer aan de agenten die lijden aan recidiverende gezondheidsproblemen of verslaafdheid EN die een functie uitoefenen waarvan de aard en/of de uitvoeringsvoorwaarden op zekere wijze een gevaar kunnen inhouden voor de werknemer en/of derden.

- de beambten die tijdens de vijf jaar, voorafgaand aan de dag van aanvraag van in disponibiliteitstelling voorafgaandelijk aan de pensionering meer dan zes maanden (180 dagen)  verlof voor medische redenen of gebrek tellen. Een ziekteverlof voor chirurgische ingrepen of ongeneeslijke ziekten kan door het College van Burgemeester en Schepenen, mits motivatie van een bedrijfsarts, als afwijking worden aanvaard.
- de personeelsleden die deeltijdse prestaties verrichten kunnen slechts aanspraak maken na een voltijdse heropname van hun functie gedurende de vijf jaar voorafgaand aan hun aanvraag tot verkrijgen van de disponibiliteitstelling voor de pensionering.

ARTIKEL 3

Par. 1 Het personeelslid in disponibiliteit voorafgaand aan de pensionering geniet een wachtgeld gelijk aan 75 % van zijn laatste activiteitswedde.
Onder laatste activiteitswedde wordt verstaan de som, berekend bij volledige prestaties van de laatste jaarwedde, vermeerderd met de haard- en stand- plaatsvergoeding.
Gedurende deze periode verliest de beambte zijn rechten op bevordering.

Par. 2 Het vakantiegeld, evenals de eindejaarstoelage van het personeelslid in disponibiliteit  voorafgaand de pensionering zullen eveneens in evenredige mate worden verminderd.

Par. 3 Het wachtgeld, berekend overeenkomstig par. 1 mag niet minder bedragen dan het gewaarborgd minimum rustpensioenbedrag wegens leeftijd of anciënniteit van een personeelslid dat de leeftijd van 60 jaar bereikte, zoals bepaald krachtens de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.

ARTIKEL 4

Par. 1 De periode tijdens dewelke het personeelslid in disponibiliteit is voorafgaand aan de pensionering wordt voor de berekening van het pensioen gelijkgesteld met deze van dienstactiviteit.

Par. 2 Voor de vaststelling van de gemiddelde wedde op grond waarvan het rustpensioen berekend wordt, toegekend in overeenstemming met de wet van 15 mei 1984, houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen, wordt voor de periode gedurende dewelke het personeelslid genoten heeft van de in disponibiliteitstelling voorafgaand de pensionering rekening gehouden over de 5 laatste jaren met de wedden inbegrepen de baremaverhogingen die hij zou genoten hebben bij effectieve dienstactiviteit.

ARTIKEL 5

De jaarlijkse vakantieperiode van het personeelslid, dat een in disponibiliteitstelling voorafgaand de pensionering heeft bekomen, wordt in evenredige mate verminderd in het jaar waarin dit laatste aanvangt.

ARTIKEL 6

Par. 1 : De aanvraag voor de in disponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensionering wordt ingediend bij het College van Burgemeester  en Schepenen bij middel van het formulier waarvan model in bijlage van dit reglement en dit 90 dagen voor de datum van in disponibiliteitstelling.
Gedurende de drie maanden voorafgaand aan hun vrijwillige disponibiliteit voorafgaand aan het pensioen mogen de beambten slechts  één maand  verlof voor medische redenen of gebrek tellen. Een ziekteverlof voor chirurgische ingrepen of ongeneeslijke ziekten kan door het College van Burgemeester en Schepenen, mits motivatie van een bedrijfsarts, als afwijking worden aanvaard.

Par. 2 : De in disponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensionering wordt verleend door de Gemeenteraad op voorstel van het Schepencollege.

Par. 3 : De Gemeentesecretaris oordeelt of de aanvraag niet tegenstrijdig is met de dienstnoodwendigheden in overweging met de specifieke kennis, bekwaamheden, geschiktheid, diploma’s en brevetten, vorming waarvan de beambte genoten heeft en naargelang de belangrijkheid van de functie waarmee belanghebbende belast is.Een met reden omkleed advies zal worden opgesteld, welke aan het personeelslid moet meegedeeld worden binnen de vijftien dagen na ontvangst van de aanvraag.

Indien hij acht dat de aanvraag niet overeenstemt met de eisen van de goede werking van de dienst, zal hij aan het College van Burgemeester en Schepenen voorstellen de in disponibiliteitstelling voorafgaand aan de pensionering uit te stellen met termijnen, die samen één jaar niet mogen overschrijden.

Iedere beslissing van de bevoegde overheid wordt aan het personeelslid betekend binnen de dertig dagen te rekenen vanaf het indienen van de aanvraag.

Par. 4 Het personeelslid dat vrijwillig in disponibiliteit treedt voorafgaand aan de pensionering maakt een plaats vrij in het personeelskader.  Het Schepencollege zal beslissen over de directe vervanging van de belanghebbende of vervanging op het ogenblik van zijn eigenlijke oppensioenstelling.  Vanaf het openvallen van een vacante betrekking zal in een mogelijke bevordering worden voorzien.

Par. 5 De aanvraag, bedoeld in par. 1 maakt tevens een pensioenaanvraag uit in uitvoering van art. 51 van de wet van 15 mei 1984, houdende harmonisering van pensioenregelingen.

ARTIKEL 7

Het huidig reglement is van toepassing van 1 januari 2012 tot 31 december 2012.

ARTIKEL 8

De personeelsleden, in disponibiliteit gesteld voorafgaand de pensionering overeenkomstig huidig reglement kunnen een beroepsactiviteit uitoefenen.  Indien echter de inkomsten hiervan de grenzen inzake cumulatie voorzien in de artikelen 4 en 9 van de wet van 5 april 1994 tot regeling van de cumulatie van de pensioenen van de openbare sector met de inkomsten uit een beroepsactiviteit of een vervangingsinkomen overschrijden, zal het wachtgeld verminderd of geschorst worden op dezelfde wijze als een rustpensioen.